De Amerikaanse vogelkers, de Japanse duizendknoop en de berenklauw zijn soorten die niet thuishoren in de Noardlike Fryske Wâlden. Doordat de zaden makkelijk verspreiden, dreigen er teveel exemplaren te komen waardoor andere soorten, vooral kruiden en struiken, worden verdrongen. Dit gaat ten koste van variatie aan soorten en dus de biodiversiteit. De Japanse duizendknoop kan zelfs rioolbuizen vernielen. Gooi deze plant in de grijze container en niet op de composthoop anders is er een kans dat de soort zich verder verspreidt. De ratelpopulier is wel inheems maar omdat de soort ook heel dominant kan zijn, is deze ook niet wenselijk omdat andere soorten verstoord raken en houtwallen geheel gevuld raken met ratelpopulieren. Nu het kapseizoen weer volop in gang is, van 1 oktober tot 15 maart, adviseert de vereniging Noardlike Fryske Wâlden om vroegtijdig de jonge struiken en boompjes handmatig te verwijderen. Daarbij geldt: de aanhouder wint! Kijk voor meer tips en foto’s op www.noardlikefryskewalden.nl/exoten


Door te snoeien gaan struiken en kruiden groeien

Leden van de vereniging Noardlike Fryske Wâlden die Agrarisch Natuur- en Landschapsbeheer (ANLb) uitvoeren, zorgen ervoor dat de karakteristieke houtwallen dichtbegroeid blijven met een afwisselende kruid- en struiklaag eronder. Hiervoor worden elzensingels één keer in de 21 jaar en houtwallen één keer in de 25 jaar volledig gekapt. Oude, bijzondere bomen en struiken worden daarbij gespaard. Dit zijn de zogenoemde overstaanders. Hierdoor krijgen andere boom- en struiksoorten de kans om beter te groeien omdat er weer meer licht bij komt. Na een jaar is de houtwal of elzenzingel vaak alweer helemaal groen. De elzen krijgen zo meer loten aan hun stam net zoals vroeger toen het hout nog voor gereedschap of hekken werd gebruikt, het zogenoemde hakhout.

Foto’s: Noardlike Fryske Wâlden