Vereniging Noardlike Fryske Wâlden heeft afgelopen maand veldexcursies georganiseerd voor iedereen die meer over het beheer van het bijzondere coulisselandschap wil weten. Het eeuwenoude coulisselandschap met elzensingels en houtwallen van Nationaal Landschap Noardlike Fryske Wâlden wordt onderhouden door boeren en particulieren. Dat maakt het uniek in heel Europa.

Mensen meenemen in het landschap
De excursie van maandag 21 september vond plaats op het bedrijf van Willem Hiemstra en Attje Meekma in Damwâld. Op het land behorend bij deze boerderij staat 7 kilometer boomwallen en elzensingels waarvan zij een groot deel zelf onderhouden. Albert van der Ploeg, voorzitter van de Vereniging Noardlike Fryske Wâlden was aanwezig bij deze excursie. “Deze veldexcursies zijn bedoeld om mensen letterlijk mee te nemen in het landschap en van elkaar te leren. De biodiversiteit in beheerde houtwallen en elzensingels is groot: in één wilg leven bijvoorbeeld wel 600 tot 700 verschillende soorten insecten. Tijdens deze excursies kan men ontdekken wat er allemaal leeft. Kinderen worden ook betrokken bij het beheer van het landschap. Ze helpen met snoeien en zo hopen we dat er ‘s avonds aan de eettafel over gepraat wordt”.

Een cameraploeg van Fryslân DOK volgde Albert van der Ploeg die dag op de voet voor een documentaire die zal worden uitgezonden vanaf de laatste week van oktober.

Goed beheer voor meer biodiversiteit
Gerrit Tuinstra van Landschapsbeheer Friesland was bij iedere excursie aanwezig voor uitleg over de juiste beheermethodes van elzensingels, houtwallen, poelen en pingo’s en het belang van deze landschapselementen voor de biodiversiteit. Ook vertelde hij hoe de leden van de Noardlike Fryske Wâlden (NFW) met het onderhoud van het landschap een bijdrage leveren aan het in stand houden en verbeteren van de rijke biodiversiteit in het coulisselandschap.

Snoeien zodat de trekker er weer langs kan
Een van de beheermethodes is een jaarlijkse snoeibeurt. Deze is bedoeld om overhangende takken weg te snoeien zodat de trekker er weer zonder problemen langs kan. Attje vult aan: “De kinderen van basisschool de Wingerd zijn vorige week geweest om te helpen met een snoeibeurt. Dit is iets wat ze niet dagelijks meemaken. Ze vonden het fantastisch!” Een andere methode is de eindkap; dit vindt eens in de 20 à 25 jaar plaats. Een singel wordt dan helemaal gekapt om weer een mooie dichte wal te krijgen: “de stobben rinne wer út”. Het lijkt rigoureus, maar het is voor een goed doel.

Het elzenhaantje
Tussen de elzen staan ook andere bomen; eiken bijvoorbeeld. En allerlei struiken, zoals bramen, vlierbes en gelderse roos. Hoe meer variatie in de singel, hoe meer variatie in fauna. Er zijn vogelsoorten die afhankelijk zijn van hoge bomen die in de singels staan. De struiken zorgen voor voedsel voor de vogels. Naast al het goede nieuws zijn er ook bedreigingen voor de elzen, zoals elzentakziekte en het elzenhaantje: een klein kevertje die de bladeren van de elzen opeet. We bekijken er een in de paraplu die Geert gebruikt voor het opvangen van insecten uit de takken. Een blauw glimmend beestje. Maar, vult Gerrit aan: “dea hout leeft”. Dit is weer aantrekkelijk voor spechten en vleermuizen. Zo heeft ieder aspect van de singels en boomwallen invloed op de biodiversiteit.